Wij maken gebruik van cookies

Om u zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn, maken wij gebruik van cookies. Door de tracking cookies te accepteren, wordt u herkend. Zo kunnen we onze website afstemmen op uw persoonlijke voorkeuren en kunnen we u relevante informatie en advertenties laten zien, binnen en buiten onze website. Voor meer informatie kunt u kijken bij ons cookie- en privacybeleid.

Ik ga akkoord
Stikstofproblematiek: eindadvies commissie Remkes
donderdag 25 juni 2020

Stikstofproblematiek: eindadvies commissie Remkes

Het Adviescollege Stikstofproblematiek heeft onlangs een eindadvies over de structurele stikstofaanpak gepubliceerd. Het eindrapport ‘Niet alles kan overal’ geeft vergaande adviezen over o.a. natuurherstel en de stikstofaanpak. Bij de stikstofaanpak voor de landbouw, o.a. een verdere reductie van de ammoniakemissie, is het advies dat meer wordt gestuurd op doelen en niet op middelvoorschriften. Mede hiervoor zou het nieuwe instrument ‘Afrekenbare StoffenBalans’ moeten worden ingevoerd. Het kabinet heeft inmiddels een eerste reactie gegeven.

‘Niet alles kan overal’

In het Eindadvies ‘Niet alles kan overal’ van het Adviescollege Stikstofproblematiek (commissie Remkes) is een pakket van aanbevelingen gedaan, die gezamenlijk moeten leiden tot o.a. het realiseren van de natuurdoelstellingen uit de Habitat- en Vogelrichtlijn. Hierbij is enerzijds gekeken naar de ‘natuuraanpak’ en anderzijds naar de ‘stikstofaanpak’. Het advies van de commissie Remkes gaat (veel) verder dan tot nu toe door o.a. minister Schouten is benoemd.

Stikstofaanpak landbouw

Binnen de stikstofaanpak is de doelstelling geformuleerd dat zowel de ammoniakemissies (NH3) en de NOx-emissies in 2030 met 50% zijn verlaagd (t.o.v. 2019). Volgens de commissie moet deze doelstelling als verplichting in de wet worden vastgelegd.
Voor de landbouw is vooral de reductie van de ammoniakemissie van belang. Hierbij moet, volgens de aanbevelingen, voor een gebiedsgerichte aanpak worden gekozen, waarbij o.a. regionale stikstofplafonds worden toebedeeld. Deze zijn mede afhankelijk van de mate waarin de kritische depositiewaarden (KDW) op een regionaal natuurgebied worden overschreden.

Ook andere emissies verlagen
Naast het verlagen van de ammoniakemissie is één van de doelstellingen, dat ook andere emissies verder worden verlaagd. In feite moet de mineralenkringloop op een bedrijf zo veel mogelijk worden gesloten. Dit sluit aan bij de visie van minister Schouten over ‘Kringlooplandbouw’.

Onderscheid ammoniak en NOx

De commissie Remkes maakt onderscheid tussen ammoniak en NOx, met name t.a.v. de verspreiding hiervan. Dit betekent o.a. dat dan het verhandelen van stikstofrechten tussen bijvoorbeeld de sectoren landbouw en (wegen)bouw niet mogelijk zou moeten worden. Op dit moment maakt minister Schouten dit onderscheid niet, bijvoorbeeld met de voermaatregel, waarbij de reductie ten goede komt aan de (woning)bouw.

Oplossingsrichtingen landbouw

In het eindrapport worden een vijftal oplossingsrichtingen voor de landbouw benoemd, die gezamenlijk invulling moeten geven aan de doelstellingen van de commissie Remkes. De oplossingsrichtingen worden hieronder benoemd, met daarbij een korte uitleg.

Mineralen in balans

Voor het sluiten van de mineralenkringloop kunnen op basis van een mineralenbalans doelen gesteld worden aan het overschot aan stikstof door ammoniakemissie, NOx-emissie en de emissie van wateroplosbare stikstofverbindingen. De commissie Remkes is van mening dat met een mineralenbalans ook gestuurd kan worden op o.a. de CO2-balans en de fosfaatbalans.

Moderniseren mestbeleid

Binnen de herziening van het mestbeleid, dat eerder door minister Schouten is aangekondigd en volgens de commissie moet meer integraal worden aangepakt, zou o.a. ook het gebruik van (onbewerkte) drijfmest moet worden uitgefaseerd (uiterlijk 2030) en het gebruik van kunstmest moet worden teruggedrongen. Om drijfmest uit te faseren zou de mest aan de bron moeten worden gescheiden en vervolgens worden verwerkt tot hoogwaardige meststoffen.

Maatwerk in ruimtelijke inrichting

Op goede landbouwgronden wordt het meest efficiënt geproduceerd, met hoge opbrengsten en geringe emissies. Op andere gronden zou met extensief beheer en met lagere opbrengsten het beste invulling gegeven kunnen worden aan ‘waardevol natuurinclusief boerenlandschap’. Met een herinrichting van landbouw- en natuurgebieden kunnen o.a. stikstofemissies afnemen. De commissie stelt een drietal gebieden voor:

  • ‘Groene’ natuurgebieden in het ‘Natuurnetwerk Nederland’.
  • ‘Oranje’ overgangsgebieden met voornamelijk extensieve en natuurinclusieve landbouw.
  • ‘Rode’ hoogproductieve landbouwgebieden.

Rekening mee houden
Volgens de commissie hoeft ‘niet heel Nederland op zijn kop’, maar bij ruimtelijke (her)inrichtingsplannen kan hier wel rekening mee worden gehouden. Daarnaast kunnen bepaalde gewenste ontwikkelingen gestimuleerd worden.

Minimaliseren lokale natuurbelasting

De natuurbelasting in bepaalde (natuur)gebieden kan geminimaliseerd worden door in- en uitplaatsing van bedrijven rond natuurgebieden. Hierbij wordt ook verplichte opkoop van bedrijven met een hoge stikstofdepositie genoemd.

Meten is beter weten

Emissiebeperkingen moeten onomstreden kunnen worden aangetoond. Dit kan niet uitsluitend op basis van modelmatige berekeningen, er zal ook meer gemeten moeten worden. De commissie streeft o.a. naar een geavanceerd meetnetwerk waarbij lokaal, per bedrijf, de emissies gemeten worden.

‘Afrekenbare StoffenBalans’

Om op bedrijfsniveau invulling te geven aan bovengenoemde oplossingsrichtingen stelt de commissie voor om het instrument ‘Afrekenbare StoffenBalans’ in te voeren voor alle landbouwbedrijven (grondgebonden en intensief). Met deze ‘Afrekenbare StoffenBalans’ kan op basis van gemeten input (voer, meststoffen) en output (melk, vlees, plantaardige producten, bewerkte mest) het overschot worden bepaald. Naast deze mineralenbalans (enigszins vergelijkbaar met het ‘oude’ Minas) zullen ook gebruiksnormen per hectare moeten gelden, zodat aan de Nitraatrichtlijn kan worden voldaan.

Aanbevelingen

De commissie heeft t.a.v. de ‘Afrekenbare StoffenBalans’ o.a. de volgende aanbevelingen gedaan:

  • Maak de hoogte van de overschotnormen gebiedsspecifiek, en daarmee afhankelijk van de gewenste afname in stikstofdepositie in betreffende natuurgebieden.
  • Stuur op doelen, zowel op bedrijfs- als perceelsniveau, voor NH3, NOx, nitraat, nitriet, fosfaat, fijnstof, geur, methaan en lachgas.
  • Werk met financiële prikkels en boetes om te bevorderen dat doelen worden gehaald.
  • Schaf op termijn dierrechten en fosfaatrechten af. Dit geldt ook voor zo veel mogelijk middelvoorschriften.
  • Reserveer voldoende financiële middelen zodat gegarandeerd kan worden, dat de noodzakelijke transitie naar emissiearme landbouw kan worden gegarandeerd.

En nu?

Niet alle onderdelen uit het advies van de commissie Remkes zullen en/of kunnen worden gerealiseerd, zeker niet op korte termijn. Wel zal het advies leiden tot verdere verplichte reductie van emissies. Naast ammoniak kunnen dit ook diverse andere emissies zijn. In het advies is realisatie van ‘Kringlooplandbouw’ een oplossing. Deze vorm van landbouw komt nu nadrukkelijker in beeld.

Minder emissies uit ‘hoogwaardige meststoffen’

Ook wordt aangegeven dat op landbouwgrond meer gebruik moet worden gemaakt van ‘hoogwaardige meststoffen’, zodat minder emissies plaatsvinden. Het gebruik van drijfmest past hier, o.a. vanwege de ammoniakemissie, niet bij. De productie en het gebruik van drijfmest zal nog meer ter discussie komen te staan. De kans is groot dat mest op termijn aan de bron gescheiden zal moeten worden.

Gebiedsgerichte aanpak

Binnen de stikstofproblematiek wordt gekozen voor een gebiedsgerichte aanpak, die door de provincie wordt uitgewerkt. Een gebiedsgerichte aanpak is nodig, omdat de kwaliteit van Natura 2000-gebieden niet overal gelijk is en de stikstofdepositie per natuurgebied verschilt. Ook de commissie Remkes pleit voor een gebiedsgerichte aanpak. Dit kan ertoe leiden dat rondom Natura 2000-gebieden voor (landbouw)bedrijven in de toekomst verschillende emissienormen gaan gelden, afhankelijk van de hoogte van de ongewenste stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied.

Meten is weten

De commissie Remkes pleit uitdrukkelijk voor meer metingen om emissies in kaart te brengen. Deze metingen kunnen plaatsvinden naast of in plaats van modelmatige berekeningen. Door middel van de metingen kan per bedrijf worden bepaald of de emissiedoelen worden behaald. Deze bedrijfsspecifieke benadering maakt het beleid ingewikkelder. Tevens leidt dit tot de mogelijkheid om op bedrijfsniveau te handhaven en af te rekenen.

Eerste kabinetsreactie

  • Minister Schouten heeft in een Kamerbrief een eerste reactie van het kabinet op het advies Remkes gegeven. Hierin staat o.a. dat:
    De doelstelling voor het verminderen van de stikstofbelasting op Natura 2000-gebieden nu als resultaatsverplichting wordt opgenomen in de wet.
  • Met een monitorings- en bijsturingssystematiek de maatregelen, die nodig zijn om de resultaatverplichting te halen, kunnen worden ‘geoptimaliseerd’. Dit is ook het advies van de commissie Remkes, waarbij ‘meten is weten’ van belang is.
  • Het kabinet, conform het advies van de commissie, inzet op investeringen in innovaties. Daarnaast gaat bij het terugdringen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ‘kosteneffectiviteit’ een grotere rol spelen. Mede om deze reden wordt het budget voor de beëindigingsregeling (€ 1 miljard) opgeknipt in twee tranches:
    • Openstelling 2021: € 750 miljoen voor opkoop van bedrijven met een hoge stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied.
    • Openstelling 2024: € 250 miljoen voor opkoop van bedrijven en/of stimuleren van innovatieve concepten. De keuze is afhankelijk van de meest kosteneffectieve stikstofreductie.

Minister Schouten heeft aangegeven, dat het kabinet op een later moment uitgebreider ingaat op het advies van de commissie Remkes.

Conclusies

De aanbevelingen van de commissie Remkes zijn erg vergaand, waarbij de vraag kan worden gesteld in hoeverre bepaalde onderdelen haalbaar zijn, zeker binnen het voorgestelde tijdspad. Uiteindelijk is het aan de politiek om een oordeel te geven over het advies en om te beoordelen of en wanneer bepaalde zaken worden opgepakt. Zoals het wel of niet uitwisselen van NOx met NH3. Het is daarnaast de vraag of de ‘Afrekenbare StoffenBalans’ wordt meegenomen in de herziening van het mestbeleid. Inmiddels heeft de Tweede Kamer wel een motie aangenomen om dit systeem uit te werken en te betrekken bij de herbezinning mestbeleid.
Indien wordt gekozen voor het stellen van doelen i.p.v. middelvoorschriften kunnen bedrijven, binnen bepaalde kaders, zelf keuzes maken hoe de doelen bereikt kunnen worden. Dit betekent, naar onze mening, echter niet dat er een eenvoudig systeem komt, dat makkelijk op het bedrijf is toe te passen. Zeker niet als er gebiedsspecifieke normen worden gesteld op bedrijfs- én perceelsniveau.

@Componentagro

 

Laten we kennismaken!

We nodigen u graag uit om kennis te maken. Wij zijn altijd geïnteresseerd in de verhalen van de ondernemer en denken graag met u mee. Een kennismakingsgesprek en de kop koffie zijn bij ons altijd gratis. Vaak kunnen we uw eerste vragen direct beantwoorden.

Deze website wordt beschermd door reCAPTCHA en het Google Privacybeleid en de Servicevoorwaarden zijn van toepassing.

Adviesgesprek? Maak een afspraak of bel ons direct via 0546 549 530bereikbaar tot 18:00
Arjan staat u graag te woord
Menu
0546 549 530 [email protected]
Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×